NIERSTANSPLANTATIE

Niertransplantatie is een medische ingreep waarbij een nier van een donor wordt geplaatst in het lichaam van een patiënt (de ontvanger) die zich bevindt in het terminale stadium van chronische nier schade. Een nier-donor kan zowel een levende als een overledene zijn.
Een niertransplantatie biedt de patiënt de mogelijkheid tot (bijna) complete rehabilitatie van terminale nier schade. De voordelen voor de patiënt (ontvanger) zijn onder andere:
  • Een verlengde levensduur; patiënten met chronische nier schade die een niertransplantatie ondergaan leven relatief langer dan patiënten met chronische nier schade die dialyseren;
  • Bevrijding van de voedings- en vochtrestricties die zijn verbonden aan chronische nier schade;
  • Bevrijding van de chronische bloedarmoede waarmee patiënten met chronische nier-schade te kampen hebben, waardoor bloedtransfusies en bloedaanmaak stimulerende medicamenten niet meer nodig zullen zijn.
Bij een niertransplantatie worden de bloedvaten van de ontvanger verbonden aan de nier van de donor. Verder wordt tevens de urineleider van de donor geplaatst in het lichaam van de ontvanger om de nier te verbinden met de urineblaas. (Zie foto 1).
 
FOTO 1

Op de linkse foto zijn er twee zieke nieren en een gezonde nier te bezichtigen. De gezonde nier die afkomstig is de donor, is roodkleurig.
In de foto aan de rechterkant is duidelijk zichtbaar hoe de nier van de donor geplaatst is in het bekken gebied en verbonden is met de grote vaten van de bekken. Tevens is zichtbaar hoe de urineleider van de donor met de blaas van de ontvanger verbonden is.
 
Een niertransplantatie is een belastende medische ingreep voor zowel de ontvanger als de (levende) donor. Voor de ontvanger geldt dat de niertransplantatie gevolgd wordt door intensieve nabehandelingen die bestaan uit medicamenten die het immuunsysteem onderdrukken, zodat de kans op een immuunreactie tegen de donornier in het lichaam van de ontvanger wordt verkleind.
Om de overlevingskansen en succes van de ingreep te verhogen houden dienen zowel de ontvanger als donor gescreend te worden. Tevens dient er te worden nagegaan als de ontvanger de nabehandeling zal verdragen. 
Bij de screening wordt het volgende verricht:
Hart en longonderzoek
Onderzoek naar infecties
Het uitsluiten van kwaadaardige ziekten
Bloedgroep onderzoek
HLA-onderzoek 
De twee laatstgenoemde onderzoeken dienen om de verenigbaarheid (compatibiliteit) van de nier van de donor en het lichaam van de ontvanger te bepalen. Het is gewenst dat de donor en de ontvanger dezelfde bloedgroep en overeenkomende HLA bezitten, omdat dit de kans op succes van de niertransplantatie vergroot. Echter wil dat niet zeggen dat een verschil in bloedgroep en HLA een contra-indicatie (tegenaanwijzing) vormt voor een niertransplantatie. Het is goed mogelijk bij verschillende bloedgroepen en HLA types, mits deze compatibel zijn de niertransplantatie te verrichten. Hierbij wordt een immuunsysteem-onderdrukkende behandeling aangepast.
 
Zoals eerder aangegeven, kan een nier donor een levende of overledene zijn.
Een donatie van een levende donor biedt een hogere kans op een succesvolle transplantatie vergeleken met een overleden donor. Een levende donor dient te voldoen aan enkele criteria voordat hij een nier kan doneren.
Deze zijn:   
  • Leeftijd tussen 18-70 jaar
  • BMI< 35kg/m2
  • Geen infecties
  • Geen maligniteit
  • Een goede nierfunctie 
De donor zal worden afgewezen bij het hebben van:
  • BMI>40kg/m2 (ernstig overgewicht)
  • Diabetes mellitus (suikerziekte)
  • Een actieve maligniteit (kanker)
  • HIV
  • Hypertensie (hoge bloeddruk)
  • Een minder goede nierfunctie
  • Eiwit in de urine
  • Een psychiatrische aandoening 
Bij een overleden donor wordt gekeken naar het profiel van de overledene. Enkele kenmerken waarnaar er gekeken wordt bij de overledenen zijn onder andere: de leeftijd, de lengte, het gewicht, de nierfunctie vóór de dood, doodsoorzaak, de aanwezigheid van diabetes mellitus of hypertensie.  
 
Zoals reeds vermeld behoeft een ontvanger na de niertransplantatie een intensieve levenslange nabehandeling met immuunsysteem (afweer) onderdrukkende middelen. De immuunreactie zou schade aanrichten aan de nier. Anders gezegd; het afweersysteem van het lichaam stoot de nier af door activatie tegen de nier, omdat de nier door het immuunsysteem is herkend als een lichaamsvreemde stof (net als een bacterie of virus). De kans op een afstoting is het groots gedurende de eerste 3 maanden na transplantatie.
De medicamenten die het immuunsysteem onderdrukken kunnen bijwerkingen veroorzaken zoals osteoporose (botontkalking), ontregelen van de bloedsuiker, hoge bloeddruk en gewichtstoename. Enkele andere gevolgen zijn het verzwakken van het immuunsysteem die leiden tot een verhoogde kans op infecties en een verhoogde kans op kanker.
 
Een niertransplantatie kan, net als alle andere operaties, gecompliceerd verlopen. De complicaties kunnen verdeeld worden in vroege en late complicaties. Bij vroege complicaties bestaat de kans op nabloeding, infectie en eventueel het mislukken van de ingreep. De kans hierop is echter erg laag (risico op een ernstig auto-ongeval bij deelname aan het verkeer is nog hoger). Ook is de kans op afstoting van de donornier door het lichaam van de ontvanger kort na de ingreep aanwezig.
 
De late complicaties zijn meestal het gevolg van de medicamenten die gebruikt worden bij het immuunsysteem onderdrukkende nabehandeling voor de ontvanger, welke reeds zijn genoemd. Het is noemenswaardig dat bij sommigen de nierziekte terugkeert, maar de mate ervan kan verschillen.
De meeste donornieren falen eventueel door langdurige schade van het immuunsysteem, de toxiciteit van de immuun-onderdrukkende medicamenten of een combinatie van beide.          
 
De gemiddelde levensduur van een donornier is ongeveer 13-16 jaar. De meest voorkomende oorzaken van verlies van de donornier zijn onder andere het terugkomen van oude nierziekte, een nieuwe nierziekte of chronische allograft nefropathie (ziekte van de nier veroorzaakt door chronische schade van de donornier door het eigen immuunsysteem). Door de jaren heen is de kennis van deze medicatie zodanig toegenomen wat de succeskans heeft verhoogd, maar ook de bijwerkingen/ complicaties heeft verminderd.
 
Samenvattend, een niertransplantatie is voor de patiënt met terminaal nier schade de beste  kans op een betere kwaliteit van leven.
Alvorens de niertransplantatie geschied worden zowel de ontvanger als de donor gescreend op criteria, om de kans op complicaties te minimaliseren. Na de niertransplantatie volgt een nabehandeling waarbij het immuunsysteem wordt onderdrukt om afstoting van de donornier tegen te gaan.